Box 2-belasting is relevant voor iedereen met een aanmerkelijk belang in een bv. In dit artikel leest u alles over de actuele tarieven, hoe u deze belasting berekent en hoe u optimaal plant met het oog op 2026.

Inhoud

Wat is box 2-belasting en wanneer hebt u aanmerkelijk belang (AB)?

Box 2-belasting is de inkomstenbelasting die u betaalt over inkomsten uit een aanmerkelijk belang in een vennootschap. Hieronder vallen onder meer dividenduitkeringen en winst die u behaalt bij de verkoop van aandelen. Deze inkomsten worden niet belast in box 1 of box 3, maar in box 2.

U hebt een aanmerkelijk belang als u, al dan niet samen met uw fiscale partner, 5% of meer van de aandelen of winstbewijzen bezit in een besloten vennootschap (bv) of naamloze vennootschap (nv). Ook opties op aandelen of genotsrechten kunnen meetellen. Het gaat hierbij om direct én indirect bezit, dus ook via een holdingstructuur kan er sprake zijn van aanmerkelijk belang.

De regeling geldt met name voor ondernemers, directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) en hun partners. Zodra u in deze categorie valt, worden bepaalde inkomensbestanddelen niet meer belast in box 1 of box 3, maar in box 2. Dat zijn met name dividenden die door de bv aan u worden uitgekeerd en winsten bij de verkoop van aandelen. Dividend geldt als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang, terwijl winst uit de verkoop van aandelen geldt als vervreemdingsvoordeel.

In welke situaties betaalt u box 2-belasting?

  • U ontvangt dividend van uw bv.
  • U verkoopt aandelen waarin u een aanmerkelijk belang hebt en behaalt.
  • U ontvangt inkomsten uit winstbewijzen die tot een aanmerkelijk belang horen.
  • U behaalt voordelen uit opties op aandelen of genotsrechten die onderdeel zijn van een aanmerkelijk belang.
  • U schenkt of draagt aandelen met een aanmerkelijk belang over, als dit volgens de fiscale regels leidt tot een belastbaar voordeel.

Wat valt niet onder box 2-belasting?

Wat niet onder de belastingen in box 2 valt, zijn het loon dat u als DGA ontvangt (dat behoort tot box 1), en privévermogen zoals spaargeld, beleggingen of onroerend goed waarin u geen aanmerkelijk belang hebt. Die worden belast in box 3. Zo maakt het boxenstelsel onderscheid tussen verschillende bronnen van inkomen, met elk hun eigen regels en tarieven.

Ontdek onze zakelijke rekening

Box 2-belasting in 2026: tarieven, schijven en drempels

Voor de inkomsten die onder de box 2-belasting vallen, blijven er in 2026 twee schijven bestaan. De eerste schijf belast uw voordeel uit aanmerkelijk belang tegen 24,5% tot een vastgesteld grensbedrag. Voor inkomen dat boven die grens valt, geldt een tweede schijf van 31%.

Het drempelbedrag voor 2026 is vastgesteld op € 68.843 per belastingplichtige. Voor fiscale partners geldt in feite een verdubbeling van deze grens: zij kunnen samen tot € 137.686 aan inkomen uit aanmerkelijk belang toerekenen aan het lage tarief.

Wat was het verschil tussen box 2-belasting in 2024 en 2025?

In 2024 werd het inkomen uit een aanmerkelijk belang belast tegen 24,5% tot een drempel van € 67.000. Over het inkomen boven deze grens gold een tarief van 33%.

In 2025 bleef het tarief in de eerste schijf 24,5%, maar daalde het tarief in de tweede schijf naar 31%. Daarnaast werd de drempel verhoogd naar € 67.804.

De belangrijkste wijziging was dus de verlaging van het hoge tarief en de lichte verhoging van de schijfgrens. Hierdoor betaalden belastingplichtigen met een hoger inkomen uit aanmerkelijk belang in 2025 minder belasting dan in 2024.

Dividendbelasting en box 2-belasting berekenen

Wanneer u winst maakt in uw bv en vervolgens een uitkering doet, speelt de berekening van de dividendbelasting en box 2-belasting een belangrijke rol. Hieronder vindt u de stappen die u moet doorlopen om tot uw netto privé-inkomen te komen.

  1. Eerst berekent u de winst in de bv.
  2. Vervolgens wordt de vennootschapsbelasting (VPB) afgetrokken. Het tarief bedraagt 19 % tot € 200.000 winst en 25,8 % boven dat bedrag.
  3. Het resterende bedrag kan uitgekeerd worden als dividend.
  4. Over dat dividend betaalt u de box 2-belasting volgens de twee schijven die gelden voor box 2-belasting in 2026.
  5. Het bedrag dat overblijft na aftrek van de box 2-belasting is uw netto privé-inkomen.

Voorbeeld van de berekening van de box 2-belasting

Onderstaande tabel toont hoe de winst in de bv stap voor stap wordt belast via de vennootschapsbelasting en box 2-belasting, en welk netto bedrag uiteindelijk overblijft als privé-inkomen:

ScenarioWinst in bvVPBDividendBox 2‑belastingNetto privé-inkomen
Alleenstaand€ 100.000€ 19.000€ 81.000€ 20.634€ 60.364
Alleenstaand€ 150.000€ 28.500€ 121.500€ 33.189€ 88.311

De berekening voor een winst van € 100.000 verloopt als volgt:

  1. Winst in de bv: € 100.000
  2. Vennootschapsbelasting (19%): € 100.000 x 19% = € 19.000
  3. Beschikbaar dividend: € 100.000 − € 19.000 = €  81.000
  4. Box 2-belasting: € 68.843 x 24,5% + 12.157 x 31% = € 20.634
  5. Netto privé-inkomen: € 81.000 − € 20.634 = € 60.366

Voor een hogere winst volgt u dezelfde stappen. Eerst trekt u de vennootschapsbelasting af van de winst. Vervolgens berekent u de box 2-belasting over het resterende dividend. Het bedrag dat daarna overblijft, is uw netto privé-inkomen.

Meer over de gratis factuurdienst

DGA‑praktijk: loon (Box 1) of dividend (Box 2)?

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bepaalt u zelf hoe u zichzelf wilt belonen. Dat kan via loon (Box 1), dividend (Box 2) of een combinatie van beide. Loon wordt belast met inkomstenbelasting en premies, terwijl dividend na vennootschapsbelasting onder de box 2-belasting valt. Welke optie het meest voordelig is, hangt af van uw persoonlijke en fiscale situatie.

De Belastingdienst verplicht DGA’s om zichzelf een gebruikelijk DGA-salaris uit te keren, in 2026 minimaal € 58.000. Wat u daarboven uitkeert als dividend, kan voordeliger zijn, vooral omdat de gecombineerde belastingdruk dan lager uitvalt. Toch blijft afstemming nodig, omdat loon recht geeft op heffingskortingen en invloed heeft op pensioenopbouw.

Onderstaande tabel toont een vereenvoudigd voorbeeld van netto-inkomen bij twee inkomensniveaus:

InkomensniveauBox 1 (loon)Box 2 (dividend)Verschil
€ 60.000€ 44.100€ 45.300+ € 1.200
€ 120.000€ 71.500€ 87.300+ € 15.800

De cijfers laten zien dat belastingen in box 2 bij hogere inkomens vaak voordeliger zijn dan belasting op loon, mits u voldoet aan de gebruikelijkloonregeling.

Dividendbelasting en box 2 bij fiscale partners

Voor fiscale partners geldt bij de box 2-belasting dat het gezamenlijke voordeel uit aanmerkelijk belang meetelt voor de drempel van de lage schijf. In 2026 is die drempel voor één persoon € 68.843, maar fiscale partners kunnen samen gebruikmaken van een verdubbelde grens van € 137.686. Dat biedt ruimte om van meer dividend te genieten tegen het lagere tarief van 24,5 %.

Om hier optimaal gebruik van te maken, kunnen partners de dividenduitkering slim verdelen. Door bijvoorbeeld ieder een gelijk deel van het dividend te ontvangen, blijven beiden binnen de lage schijf en voorkomt u dat een groter deel tegen het hogere tarief van 31% wordt belast.

Onderstaande tabel vergelijkt een dividenduitkering van € 150.000 die volledig aan één partner wordt toegekend met een gelijke verdeling over beide partners.

ScenarioToerekening dividendBelast tegen 24,5%Belast tegen 31%
Volledig aan één partner€ 150.000€ 68.843€ 81.157
Gelijk verdeeld€ 75.000 per partner€ 68.843 per partner€ 6.157 per partner

Door het dividend gelijk te verdelen, benutten beide partners de lage schijf optimaal. Daardoor wordt een groter deel van het gezamenlijke dividend belast tegen 24,5% en een kleiner deel tegen 31%, wat de totale belastingdruk verlaagt.

Meer over Finom

Verkoop van aandelen (vervreemdingsvoordelen) en box 2

Wanneer u uw aandelen in een vennootschap verkoopt en u heeft een aanmerkelijk belang, valt de verkoopwinst onder de box 2-belasting. Deze winst wordt aangeduid als vervreemdingsvoordeel en is belast volgens de gebruikelijke tarieven in box 2.

De berekening van deze winst is relatief eenvoudig: u neemt de verkoopprijs van de aandelen en trekt daar de verkrijgingsprijs vanaf, dus wat u ooit voor de aandelen betaalde of inbracht. Ook kosten die direct verband houden met de verkoop, zoals advies- of notariskosten, mogen in mindering worden gebracht. Wat overblijft, wordt belast als inkomen in box 2.

Het verschil met een dividenduitkering zit vooral in het moment en de aard van de uitkering. Dividend is een periodieke uitbetaling uit de winst, terwijl verkoopwinst ontstaat bij overdracht van uw belang. In beide gevallen is sprake van belastingheffing in box 2, maar de fiscale behandeling van de verkoop vraagt extra aandacht. Een goede voorbereiding kan helpen om de belastingen in box 2 te optimaliseren bij een (gedeeltelijke) verkoop van uw aandelen.

Holdingstructuur en box 2-belasting

Veel ondernemers kiezen voor een holdingstructuur om vermogen te beschermen, winst flexibel door te schuiven en risico’s te spreiden. In deze opzet bezit de holding de aandelen van de werkmaatschappij, waardoor winst buiten bereik blijft van mogelijke schuldeisers van de werkmaatschappij.

Een belangrijk voordeel is dat dividend van de werkmaatschappij meestal belastingvrij kan worden doorgeschoven naar de holding, dankzij de deelnemingsvrijstelling. Dit geldt wanneer de holding minimaal 5% van de aandelen bezit. De winst kan dan opnieuw worden geïnvesteerd zonder directe heffing.

Belasting wordt pas geheven wanneer de holding het dividend uitkeert naar privé. Op dat moment betaalt u box 2-belasting, afhankelijk van het bedrag en de toepasselijke schijven. Een holding biedt zo meer grip op het moment en de omvang van de belastingheffing.

Lees onze andere artikelen:

Laatste artikelen